Geschiedenis

De osteopathie ontstond in de tweede helft van de negentiende eeuw. De grondlegger is de Amerikaanse arts Andrew Taylor Still (1828-1917). Hij ontdekte hoe hij met zijn handen weefsel met verminderde beweeglijkheid kon opsporen en behandelen. Dit zet op een eenvoudige en subtiele wijze het lichaam aan om zichzelf te herstellen.

In 1892 stichtte hij de “American School of Osteopathy” in Kirksville, Missouri. Dit werd de allereerste osteopathische onderwijsinstelling en tevens het allereerste osteopathisch behandelcentrum.

Dr. Sutherland, leerling van Dr. Still, besteedde 40 jaar aan onderzoek. Eerst bestudeerde hij hoe de schedelbeenderen bewegen. Vervolgens ontdekte hij dat ook de hersenvliezen rond de hersenen en het ruggenmerg subtiel ritmisch heen en weer bewegen. Ze laten de hersenen en de schedel, het ruggenmerg en de wervelkolom bewegen als eb en vloed. Deze ontdekkingen vormen de basis van biomechanische cranio- sacraal osteopathie of schedelosteopathie.

Op gevorderde leeftijd begon Sutherland een langzaam getij in het hersenvocht waar te nemen. Dit bracht hij in verband met het zelf herstellend vermogen van ons lichaam. De inzichten die Sutherland aan het eind van zijn leven ontwikkelde, vormen de basis voor biodynamische osteopathie. Hierbij gebruikt de osteopaat zeer zachte, ontspannende handgrepen die zonder enig gevaar worden toegepast bij zowel zwangere vrouwen als zestigplussers, professionele sporters of personen met een zittend beroep, vanaf de geboorte tot op het einde van het leven.

In 1917 komt de osteopathie als onderwijs naar Europa. Sindsdien is de osteopathie gegroeid met behoud van het originele concept, een eigen diagnostiek en een eigen behandelwijze.

Contacteer ons

Adres

Info

Ontdek